Hoe ben je ooit bij Podium terechtgekomen?
Ik ben vanaf de start van Podium in 1995 betrokken geweest. We zijn met een man of acht Podium begonnen in een klein kantoor aan het Janskerkhof in Utrecht. Vanaf dat moment ben ik altijd bij Podium gebleven. Ik werkte oorspronkelijk in het onderwijs als gymnastiekleraar. Via een project bij DST, de voorloper van Podium, was ik betrokken bij een programma dat zich afspeelde in de gymzaal en ging over groepsdruk en het leren kennen van je eigen grenzen. Na afloop van dat project hielden we contact en vroeg men of ik er wilde blijven werken. Dat heb ik toen gedaan en later ben ik mee overgegaan naar Podium.
Wat waren je werkzaamheden bij Podium en hoe heb je je expertise ingezet?
Mijn hart ligt bij educatie. Hoe leren kinderen? Wat hebben docenten nodig? Hoe sluit lesmateriaal aan op de praktijk? Dat zijn vragen waar ik me dagelijks mee bezig heb gehouden. In het onderwijs word je geleefd, je gaat van lesuur naar lesuur naar lesuur. Bij Podium heb je meer ruimte om na te denken over wat je doet en waarom. Die vrijheid trok me aan. Nog steeds met leerlingen, opvoeding en onderwijs bezig, maar op een andere manier met meer ruimte voor creativiteit en eigen inbreng. Ook het contact met klanten uit diverse sectoren ben ik steeds meer gaan waarderen.
Wat maakt Podium bijzonder voor jou?
De familiaire, open sfeer. Er is veel vrijheid om je werk zelf in te delen en je krijgt veel verantwoordelijkheid. Je werkt zelfstandig, maar altijd in samenwerking met anderen. Daarnaast werken we aan interessante maatschappelijke thema's die ertoe doen, dat maakt het werk inhoudelijk enorm interessant. En dat zorgt ook voortdurend voor afwisseling.
Welke projecten zijn je het meeste bijgebleven?
De Astmafonds-bus is er zeker één. Een rijdende educatieve bus die langs basisscholen ging, waar kinderen spelenderwijs leerden over astma. Je begint altijd bij de vraag: Wat wil je de kinderen leren? En hoe doe je dat op een manier die écht aansluit bij hun belevingswereld? In dit geval was het antwoord een bus vol spelletjes en opdrachten. Geen boekje, geen saai lesuur, maar een beleving. Jaren later bleek een jonge collega die bus als kind zelf te hebben meegemaakt. Dat vond ik zo leuk om te horen. Dan zie je dat iets echt is blijven hangen.
Ook het sportproject voor UNICEF en NOC*NSF was bijzonder. We maakten een lesprogramma over sport en bewegen wereldwijd met verhalen en spellen uit verschillende culturen. Een houten bal uit Mexico, een shuttle uit Vietnam. Bij elk spel hoorde een verhaal van een kind uit die cultuur. We hadden een sporttas gemaakt met al die attributen erin. Die konden scholen bestellen en de activiteiten in de gymzaal doen, met de verhalen in de klas daarbij. Bewegen én verhalen, sport én cultuur.
Wat ga je het meeste missen?
De mensen, vooral. En dat gevoel van samen ergens aan werken. Of het nu een lesprogramma is, een expositie of een campagne. Het gaat er altijd om dat je met elkaar iets neerzet waar je trots op bent. Dat is wat ik hier al dertig jaar doe en dat ga ik echt missen. Ik hoop dat Podiummers blijven beseffen hoe bijzonder het is wat we hier doen. Niet iedereen werkt elke dag aan iets wat er echt toe doet. Geniet daarvan. Werk samen, blijf jezelf en vertrouw op je eigen expertise, want die hebben we allemaal nodig.
Wat ga je doen na je pensioen?
Ik heb geen strak plan. Ik kijk er vooral naar uit om meer buiten te zijn. Fietsen, wandelen, de natuur in. Daarnaast wil ik tijd doorbrengen met mijn kleinkinderen en rustig ontdekken wat bij me past. Misschien vrijwilligerswerk, misschien even niets, dat ga ik uitzoeken.